Nooit meer slapen – Willem Frederik Hermans

Ik kende al een paar mooie boeken van Willem Frederik Hermans toen ik acht jaar geleden Nooit meer slapen las. Ik vond het werkelijk geniaal. Vorig jaar verscheen de film en ik twijfelde lang. Mijn nieuwsgierigheid won en ik werd niet teleurgesteld, want de film was erg mooi gemaakt. Ik besloot dat ik het boek nog eens wilde lezen en daarom koos ik het uit voor mijn leesgroep. Wel spannend: zouden zij één van mijn favoriete boeken ook mooi vinden of juist vreselijk? Het is immers niet het vrolijkste boek…

Verder lezen

Liefde in tijden van cholera – Gabriel García Márquez

Liefde in tijden van cholera kreeg de meeste stemmen in mijn vorige poll. Sommige lezers gaven zelfs aan dat het bij hun lievelingsboeken hoort. Ik had al eerder iets van Gabriel García Márquez gelezen (Over de liefde en andere duivels) en dat beviel me wel. Dus vol goede moed begon ik aan dit dikke boek van vijfhonderd bladzijden.

Op de achterkant staat dat de hoofdpersonen Fermina Daza en Florentino Ariza heten, maar het boek begint met de dood van dokter Urbino. Het duurt even voordat ik door heb hoe de verhoudingen liggen. García Márquez blinkt uit in breedsprakigheid en dat toont hij ook meteen in het begin; daarom kost het me wat moeite erin te komen. Maar na een tijdje heb ik een goed tempo te pakken. Soms lees ik wel een zin terug, want het is soms wel jammer om zo snel door de mooie zinnen heen te gaan, maar een flink tempo is wel nodig om dit te volbrengen. Dokter Juvenal Urbino is de echtgenoot van Fermina Daza. Ze trouwden aan het einde van de negentiende eeuw in stad in Colombia. Ze kwamen beiden uit een rijke familie. Het is echter geen huwelijk uit liefde, al leren ze wel van elkaar te houden. Echte liefde heeft Fermina als tiener wel meegemaakt, want Florentino Ariza viel als een blok voor haar en ze hebben jarenlang stiekem brieven aan elkaar geschreven. Maar in een impulsieve bui heeft ze hem afgewezen. Verder lezen

Tess of the d’Urbervilles – Thomas Hardy

Negen maanden geleden belde mijn zusje me op om te vertellen dat haar dochtertje was geboren. Haar middelste naam is Tess en ik begreep meteen waar dat vandaan kwam: mijn zus heeft de film van Tess of the d’Urbervilles al ontzettend vaak bekeken. Ik besloot die dag dat ik het boek van Thomas Hardy uit 1891 wilde lezen om Tess te leren kennen. Later op het boekenfestijn kocht ik het voor 1,99 euro, wel in het Engels, dus dat was een uitdaging!

tess Verder lezen

Ben jij anders gaan lezen door school? #50books

Ik kan mij de Nederlandse-literatuurlessen van mevrouw Samson nog goed herinneren. In de onderbouw van het gymnasium maakten we af en toe een boekverslag en in de vierde klas begon het echte werk. Het begon met het ontstaan van het Nederlands en Hebban olla vogala… We kregen een lamme arm van het aantekeningen maken, want met alleen wat er in het boek stond kon je de proefwerken niet halen. Met de hele klas lazen we Karel ende Elegast. Ik genoot van Beatrijs en worstelde me door Baeto van P.C. Hooft, waar geen nieuw-Nederlandse vertaling naast stond. Daarna volgden nog vele klassieken, waarover onze lerares met verve vertelde. Maar heeft wat ik op school leerde invloed gehad op wat ik nu lees? Dat vraagt Hendrik-Jan ons deze week in het kader van #50books.

beatrijs Verder lezen

Gebr. – Ted van Lieshout

Luuk is zestien. Zijn broer Marius zal nooit ouder worden dan veertien. Een half jaar geleden is hij overleden. En nu wil hun moeder de spullen van Marius verbranden, op de dag die zijn vijftiende verjaardag zou zijn geweest. Luuk mag kijken welke spullen hij van zijn broer wil bewaren, maar zijn moeder zegt dat hij af moet blijven van de persoonlijke spulletjes in het bureau. Luuk kijkt er toch in en vindt het dagboek van zijn broer. Hij besluit niet te lezen wat Maus geschreven heeft, maar schrijft verder op de eerste lege bladzijde.

Gebr.

Verder lezen

I never promised you a rose garden – Hannah Green

Deborah heeft schizofrenie. Als ze zestien jaar is, wordt ze door haar ouders naar een psychiatrisch ziekenhuis gebracht. Het is rond 1960 en de ouders mogen hun dochter maandenlang niet bezoeken. Wellicht heeft dat te maken met de gedachte dat schizofrenie wordt veroorzaakt door de opvoeding, die tegenwoordig achterhaald is. Het is erg zwaar voor ze, maar vanwege het taboe dat op psychische ziektes rust delen ze niets met familie of vrienden. Iedereen krijgt een smoes te horen en ook zusje Suzy wordt pas na een paar maanden de waarheid verteld over waar haar zus heen is. Vooral Deborahs vader vindt het vreselijk dat z’n dochter in een gevangenis met schreeuwende vrouwen zit, maar voor haarzelf voelt het veilig ten opzichte van de buitenwereld. De patiënten begrijpen elkaar en ze voelen elkaar aan, ook al lijkt het voor anderen dat ze geen gevoel hebben.

Verder lezen